Bij jou zijn – Takuji Ichikawa

Kun je de sensatie van je eerste verliefdheid twee keer in je leven meemaken? Takumi en Mio zijn volmaakt gelukkig met elkaar wanneer zij aan een hartinfarct overlijdt. Hij moet verder, ze hadden een zoontje, maar het leven is kleurloos geworden.

Dan komen vader en zoon tijdens een boswandeling plotseling Mio tegen – die zich niets herinnert over haar leven en dus helemaal opnieuw verliefd kan worden op Takumi. Het leven is een sprookje en de liefde is zo sterk dat de dood overwonnen lijkt. Maar zo kan het niet blijven en in de tijd die hen samen rest moeten ze leren afscheid te nemen. Bij jou zijn is een prachtige roman over leven, liefde en verlies.
Dit was een lief, mooi en bijzonder verhaal. Ik was best benieuwd naar dit boek en vroeg me af of zoiets wel realistisch zou lezen. Dit soort concepten, net zoals bijvoorbeeld tijdreizen vind ik heel erg leuk in boeken maar ik merk soms wel dat ik me niet helemaal goed kan inleven omdat het soms heel ongeloofwaardig geschreven is. Bij dit boek had ik daar gelukkig geen last van. Dit kwam denk ik omdat de personages zelf allemaal versteld staan van de gebeurtenissen.

Het eerste waar ik over wil beginnen is de afwezigheid van de moeder wanneer ze nog niet is teruggekeerd. De afwezigheid werd soms letterlijk beschreven en dat was ontroerend, maar de mooiere stukjes waren wanneer de pijnlijke afwezigheid van de moeder naar voren kwam zonder dat de schrijver het precies zo geschreven had.

Takumi kan zelf wegens zijn angst niet bioscoopzalen binnen (en overigens ook niet naar concerten of bruiloften, of autorijden of reizen met het openbaar vervoer). Maar Yuji wil natuurlijk wel af en toe naar de film (of andere leuke dingen in het openbaar doen). Takuni zet hem dan af voor de bioscoopzaal en laat hem alleen naar binnen gaan. De schrijver beschrijft vervolgens hoe het arme kindje twijfelend wacht voor de zaal en dan toch alleen naar binnen gaat. Maar het vervolg van de avond is nog erger. Takuni gaat naar een cafeetje om de tijd te doden en begint aan het schrijven van een boek voor Yuji over Mio. Vervolgens zit hij zo in het schrijven dat hij de tijd vergeet en Yuji uren alleen achterlaat in de bioscoop. Uiteindelijk vind hij Yuji wel snel terug. Het arme kindje is helemaal uitgeput van het zoeken en heeft rode ogen van het huilen.
Dit soort passages waren hartverscheurend om te lezen.

Maar de afwezigheid van de moeder was niet alleen bij dit soort dingen, in alle aspecten van hun leven komt de afwezigheid van voor Takumi zijn vrouw en voor Yuji zijn moeder naar voren. Beide proberen er desondanks het beste van te maken. Takumi probeert voor zover mogelijk Yuji een zo goed mogelijk leven te bieden. Yuji is van zijn kant een heel volwassen zesjarige die veel begrijpt en zijn best doet om de situatie voor Takumi ook zo prettig mogelijk te maken. Yuji die zo ‘volwassen’ is geworden doordat zijn moeder is overleden heeft de schrijver heel goed weten te verwerken in het gedrag dat Yuji vertoont. Dit soort kleine dingetjes maakten het verhaal realistisch.

Takumi dacht dat hij zijn leven vrijwel op orde had en dat alles thuis wel goed ging. Pas wanneer Mio verschijnt ziet hij in dat dat eigenlijk al die tijd helemaal niet zo was. Mio merkt namelijk op dat het huis vies is, dat Yuji vieze kleren draagt en dat hun kleren bijvoorbeeld ongestreken zijn en dat ze bijna elke dag hetzelfde eten. Het duurt eventjes voordat Takumi het toegeeft. Maar samen spreken ze af dat Mio hem zoveel mogelijk gaat leren, zodat wanneer ze voor de tweede keer zal vertrekken, hun leven veel beter op orde zal zijn. De gesprekken hierover tussen Mio en Takumi zijn heel lief geschreven.

Een van de ontroerendst gesprekken tussen Takumi enYiji wil ik met jullie delen. Mio is hier net teruggekeerd op aarde. Takumi is Yuji’s haren aan het wassen terwijl ze een gesprek voeren.

‘Ik was Yuji’s haren en vraag hem: ‘Ben je blij dat mama er is?’
Hij denkt een poosje na en antwoordt dan zachtjes: ‘Ik weet het niet.’
Deze reactie had ik niet verwacht. Ik schrik er een beetje van.
‘Waarom ben je niet blij?’
‘Nou…’ zegt hij, het schuim van zijn voorhoofd vegend, ‘omdat mama op Agrief woont, toch?’
‘Dat klopt jongen.’
‘Dus dan zal ze wel weer een keer teruggaan, denk je niet?’
‘Maar luister eens, dat is mama toch allemaal al vergeten?’
Yuji schudt langzaam zijn hoofd. ‘Zelfs als mama het is vergeten, dan komt er vast iemand om haar te halen. Alle verhaaltjes lopen zo af. Op het einde gaat iedereen terug naar waar ie vandaan kwam. Daar moet ik van huilen,’ besluit hij.
Hij begrijpt het reuzegoed, zo klein als hij is. Als je tedere gevoelens hebt voor iemand volgt algauw het besef dat afscheid nemen er onverbrekelijk mee verbonden is.
Die les heeft hij al eens geleerd.’

Takumi heeft veel fysieke en psychische ‘gebreken’ zoals hij dat zelf noemt. Vooral zijn psychische aandoeningen waren goed geschreven. Hoewel het vrij simpel geschreven is voelde ik zijn angsten en ik had zoveel medelijden met hem, want het was hartstikke ‘onhandig’ dat hij dit allemaal had als alleenstaande vader.  Als hij een aanval had moest de zesjarige Yuji voor hem zorgen en Takumi moest er maar op vertrouwen dat dat elke keer goed zou komen.

Ik vind het echt goed dat er (voor mijn gevoel) steeds meer personages in boeken verschijnen die een psychische aandoening hebben. Ik denk dat het lezen over personages met psychische aandoeningen ervoor zorgt dat de taboe eromheen verbroken wordt. In het verhaal komt ook duidelijk de boodschap naar voren dat het niet iets is waar je je voor zou moeten schamen.

Iets anders moois uit het boek is dat Mio hem ondanks al zijn ‘gebreken’ neemt zoals hij is, hem volledig accepteert en onvoorwaardelijk van hem houdt. Het boek gaf hier wederom een mooie boodschap vind ik.

Helaas is er verder nog wel een minpuntje. Ik heb echt het gevoeld dat dit boek mooier, beter en ontroerender had kunnen zijn. Er miste iets, iets waardoor dit boek prachtig zou zijn in plaats van heel mooi. Wat dat iets precies zou zijn heb ik lang over nagedacht maar ik ben er helaas niet uitgekomen.

Soms was het boek in grappige, bijna kinderlijke taal geschreven. Maar toch op een manier dat het me heel erg raakte. Om deze boekbespreking af te sluiten eindig ik met een van deze passages:

‘Ik was als een pinguïn die kon vliegen.
Onder haar vleugels genomen klom ik naar hoogtes waarvan ik niet eens had gedroomd.
Tot dicht bij de sterren.
Alle vieze dingen op aarde, de lelijke dingen en de dingen die een kwelling zijn voor het hart leken van die hoogte op een schitterend geweven tapijt.
Dat was geluk.
Maar toen ze er niet meer was werd ik weer een doodgewone pinguïn. Verdriet kwam op mijn pad, maar ik bewaar nog de herinnering aan onze vlucht en ze liet mee en jongetje na dat veel op haar lijkt, met vleugels die de wind kunnen klieven.
Anders gezegd, ik ben nu een redelijk gelukkige pinguïn die af en toe wordt verarmd door verdriet.’

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s